Goes kampioen!

UPDATE: Inmiddels is via meerdere wegen (niet via de officiele uitslagen op de ZSB-site uiteraard) duidelijk dat Landau 2 heeft gelijk gespeeld en dat we kampioen zijn! 

Door nog maar een overwinning heeft Goes 17 matchpunten uit 18 bereikt. Tegen Souburg 2 werd het thuis 5-3, een overwinning die eerder hoger dan lager had kunnen uitvallen. Of we al kampioen zijn hangt af van wat Landau 2 tegen ZSC gedaan heeft. Zelfs bij een 8-0 zege daar hebben we aan een 3-5 nederlaag genoeg. Heeft Landau 2 niet gewonnen dan zijn we natuurlijk al kampioen. Even spannend dus. Heel spannend werd het niet tegen een verzwakt Souburg al werd er (over en weer) het nodige gestunteld:

Souburg had een aantal invallers. Ben Mulder (1501) was er zo eentje. Onze eigen invaller Joop (voor Maxim, uiteraard zou je bijna zeggen...) was hier dus de favoriet. Helaas kwamen we bedrogen uit. Joop kwam met zwart comfortabel uit de opening. Gewoon en passant slaan na de opmars f4 leek mij een plusje voor zwart maar Joop besloot even f6 te doen zodat de loper van g6 weg kon. Helaas had f4 het vluchtveld e5 van de dame ingenomen en stond deze na Lc4 pardoes ingesloten. Een pijnlijke nederlaag voor Joop die ons op achterstand zette...

Gelukkig kwamen we op de nodige borden wel snel goed te staan. Op de lagere borden zaten de nodige invallers. Rinus ging wel goed om met zijn invaller Jan Coppoolse (1627). Typische partij voor Rinus die met zijn syteempje snel een prettige stelling had. Wit lette niet op en moest een pion prijs geven. Hield zwart ook nog betere stukken over. Er werden nog een paar pionnen meegesnoept en vervolgens werd er afgeruild naar een gewonnen toreneindspel. Een goede overwinning.

De meest spectaculaire partij was niet geheel verrassend die tussen Rien en Albert Vermue (1829). De vlam sloeg hier al snel in de pan. Rien leek een stuk te winnen (dat had Albert volledig overzien) maar die zwarte koning stond nog in het midden en wit kreeg mooi tegenspel. Blijkbaar kon dat stuk tactisch niet geslagen worden. Nu won wit een kwaliteit. Die werd teruggeven voor een winnend aanval. Albert vergat echter even een lopertje terug te slaan waarna het ding pion f2 mee nam maar belangrijk het paard op f3 na Kf2 gepend stond. Plots sloeg de aanval niet door. Rien kon de dames ruilen en kwam 2 pionnen voor in een eindspel met T+2P elk. Dat moest gewonnen zijn maar Rien gaf zijn pionnetje weg en kon T+P+3p vs 2p op de zelfde vleugel blijkbaar niet winnen...

Toch kwamen er wat punten bij. Remco tekende een punt aan tegen J.P van Gemert (1728). In de Draak werd een nette partij afgeleverd. Zwart had de zware stukken dan wel op de damevleugel gericht maar kon niet echt veel bereiken. Het witte spel op de koningsvleugel en met een sterk paard in het centrum was krachtiger. Het einde heb ik gemist. Plots was het klaar.

Een hoop broers deze wedstrijd. De van Gemerts waren van de partij maar aan bord 4 vonden we de 2e Braak en Coppoolse terug. Joey won met de nodige moeite van de Souburgse TC Willem Coppoolse (1687). Joey was aan het slapen in de opening en speelde het dramatische d3? in het Engels. Na 0-0 e4 kan gewoon Pe1 met ee nok positie. Nu kon zwart met Df6 een hoop narigheid voor wit bereiken maar na Te8 0-0 was het allemaal ok. In het vervolg kwma wit goed te staan maar in de tijdnood zag ik toch ineens wederzijdse open koningen met ongelijke lopers en zware stukken. Ik vond de zwarte kansen over g-lijn zeker niet minder dan de witte (er zat toch zeker al eeuwig schaak in) maar plots was ook hier het punt binnen voor ons. Gezien de resterende stellingen zou het wel moeten gaan lukken.

Yours truly wedijverde echter voor slechtste partij van de dag met Joop en kwam tegen Max Toetenel (1895) niet verder dan remise. Nu 2,5 uit 4 met zwart. Niet best dus. Het was eigenlijk wit die hier het meest te klagen had over het resultaat. Dat had zeker niet met de opening te maken want wit zette de partij uitermate onambitieus op. Normaliter rol ik dat soort vage zijvariantjes dan snel op en ook nu had zwart snel een plusje. Toch had win ineens een paar venijnige zetjes en omdat ik niet te veel wilde vervlakken werd een iets beter eindspel vermeden. Een achterlijke paardmanoeuvre naar b3 (leuk gat maar buiten spel) bracht wit eerder in het voordeel. Nu had zeker een gelijke stelling verkozen moeten worden maar zwart werkte zich verder in de nesten en wit kon vrijwel geforceerd een gelijk lopereindspel bereiken wat heel goed was voor wit. De zwarte koning was net te laat op e5. Nu had wit b en c tegen a7 terwijl zwart 3 vs 2 op de koningsvleugel had. Het leek mij vrijwel gewonnen voor wit als er voor het plan Le2 c5,b5 Kc3-b4-a5 b5-b6 L naar c6 en K naar d6 gekozen werd. De enige kans was snel de pionnen naar voren gooien en hopen alle pionnetjes te ruilen op de koningsvleugel. Max ging echter voor de loper op d5 en liet het opbreken van de pionnen toe. Met die ene vrijpion kon wit geen zaken doen temeer omdat de zwarte koning niet naar binnen kon op de koningsvleugel. Geen grootse partij dus maar A) het telt toch niet mee voor de FIDE en B) het eerste matchpunt kwam binnen. 

Met de 2 resterende partijen ging dat 2e matchpunt er ook wel komen. Hans stond volledig gewonnen tegen Martin de Bock terwijl Louis aan het pushen was tegen Rogier. Beiden lieten ze echte een gewonnen stelling remise lopen. Het ergst was Hans die tegen Martin de Bock (1609) wit had. Hans overspeelde Martin volkomen in een Pf3 Grunfeld. Er werden uiteindelijk ook een paar pionnen gewonnen en een eindspel bereikt. Klinkt vergelijkbaar met de partij van Rinus temeer daar afgewikkeld naar een gewonnen toreindspel. Volgens Rinus had Hans veel simpeler kunnen winnen door een pionneneindspel met 2 pionnen meer af te dwingen. Niet gedaan. Werd ook nog eens gekozen voor 2 vrijpionnen op de a en blijn met de witte koning ver weg. Veel simpeler was gewoon f en b (of a) over houden met een easy win. Nu was het eindspel Ta1, Kf7, b6,a5 Z: Te8 Ka6 met zwart aan zet natuurlijk remise. Zwart blijft gewoon lekker schaakjes geven. Dat bevestigt de tableblase ook. Martin liet echter toe dat wt de toren naar a7 (!!) kon omspelen. Geen idee hoe DAT mogelijk is. Dan wint het dus. Helaas ging Hans niet voor simpel b7-a6-Ta8 maar gaf hij ineens zijn pionnen weg... Dramatisch einde. Maar wel de matchwinst.

Louis kwam ook heel dicht in de buurt van een vol punt tegen Rogier van Gemert (1851). De scherpe Wolga / Benoni werd vermeden. De partij was er een met wederzijdse kansen. Louis offerde / won een toren en pion voor 2 stukken. Hij had vrijpionnen op de a en b-lijn hierbij dubbele b-pion zelfs... Heel onduidelijk dus. Wat was er belangrijker? Uiteindelijk werd een stelling bereikt waarbij wit 2 verre vrijpionnen had maar wel 1 paard tegen 2. Leek mij remise maar Louis kreeg het voor elkaar om zijn paard te offeren voor de laatste 2 zwarte houtjes. 4 pionnen tegen 2 paarden leek te gaan winnen totdat Louis ineens de paarden elkaar liet dekken / de pionnen blokkeren. Toch nog remise.

Eindstand 5-3. Veel gemiste kansen over en weer maar toch vooral voor ons. Goede zaken dus in de titelstrijd.