Afdrukken
Categorie: Senioren
Hits: 2785

Vanuit onze buren van de Rotterdamse Schaakbond is een initiatief gestart voor een estafette-schaakboekenrubriek. Het idee is dat elke schrijver dezelfde drie vragen beantwoordt en vervolgens het stokje weer doorgeeft aan een andere speler.

De drie vragen zijn:

Naast SV Goes ben ik sinds enkele jaren ook lid van RSR in Rotterdam (de club waar ook Jos heeft gespeeld). In deze hoedanigheid was ik gevraagd om ook bij te dragen aan de rubriek. Ik bedacht me toen dat het misschien ook leuk zijn om dit bij onze club uit te proberen. Zeker in Corona-tijd is het lastiger om de websites van de vereniging te vullen. Er is immers weinig nieuws. Daarnaast kan de rubriek ook helpen op ideeën te brengen voor leuke schaakboeken.

Ik zal mijn bijdrage hieronder delen en dan kijken we gewoon of anderen het leuk vinden om dit ook te doen. De eerdere bijdragen uit de Rotterdamse Schaakbond kan je vinden op: http://r-s-b.nl/mijn-schaakboeken/


Als schaker is het verleidelijk om je in je vrije tijd te focussen op online blitzen of bulleten. Chess.com of chess24 zijn tegenwoordig de grote spelers op dat gebied. De drempel om hiermee te starten is bijzonder laag. Je gaat naar hun website, logt in en binnen enkele seconden kan je tegen honderdduizenden schakers uit de hele wereld spelen. Er is altijd wel iemand van jouw niveau online. Sinds de opkomst van de smartphone kan dit letterlijk altijd en overal. Mede veroorzaakt door de boom van the Queen’s Gambit werd laatst de grens van meer dan 1 miljoen partijen op één dag op de server van chess.com doorbroken.

Online schaken is natuurlijk gewoon leuk om te doen, maar de vraag is of je er op de langere termijn echt beter van wordt. Tuurlijk, je zal sneller en handiger worden en kan wat openingen uitproberen, maar word je er sterker van? Ik denk dat net zoals voor elke sport geldt je uiteindelijk zal moeten trainen om beter te worden.
Een goed boek, zowel in fysieke of in digitale vorm, is ook in 2021 denk ik nog steeds een mooie manier om je schaakinzicht te vergroten. Maar ja, dan dient zich gelijk het volgende probleem aan: er zijn er zoveel!

Net zoals de vorige schrijvers zal ik ook de drie vaste vragen aanhouden. Te beginnen met:

Wat was het eerste schaakboek dat je onder ogen kreeg?

  

Zoals vrijwel elke Nederlandse jeugdschaker heb ik les gekregen uit de stappenmethode. Dat begon bij mij na het Goese schoolschaaktoernooi op 11-jarige leeftijd bij onze Goese Schaakvereniging. Ik ben daar gestart in Stap 2 en uiteindelijk met Rien de Böck en Joey van de Braak zes jaar later geëindigd in stap 6. Ik heb daar met eigen ogen mogen zien hoe Joop van Ruler met veel succes en toewijding jarenlang de jeugdafdeling coördineerde. Ik heb daar veel respect voor!
Het mooie aan de stappenmethode is dat het een bundeling is van alle basisconcepten op het gebied van tactiek en strategie en dat het zowel uit uitlegboeken, werkboeken als examens bestaat. Een knappe, klassieke lesmethode ontwikkeld door Rob Brunia en Cor van Wijngerden in de jaren ’80. Naar ik begreep wordt de methodiek inmiddels ook in Amerika gebruikt door schaaktrainers.


De eerste echte schaakboeken die ik onder ogen kreeg waren de openingsboeken De wereld van de schaakopening door Paul van der Sterren. In de vorige aflevering werden deze ook door Joaquin en Robert al genoemd. Deze Nederlandstalige serie, bestaande uit drie delen, geeft je als startende tot gemiddelde speler een mooi eerste overzicht welke openingen er allemaal zijn en wat de kernideeën hiervan zijn. In zekere zin is het een soort encyclopedie met precies genoeg uitleg om je een indruk te geven. Wil je je verder verdiepen in één van de openingen dan is het wel nodig op zoek te gaan naar meer specifiek materiaal over die opening. Ik heb de boeken destijds gekregen van mijn vader bij de boekenstand tijdens mijn eerste HZ Toernooi in Vlissingen. Als Zeeuw natuurlijk hét jaarlijkse toernooi.

Welk schaakboek heb je als laatste gelezen?

Momenteel ben ik in twee verschillende boeken bezig. Het boek Simple Chess, oorspronkelijk verschenen in 1976 (!), focust zich op klassieke positionele ideeën. Ik kwam het boek op het spoor door the perpetual chess podcast. Dit is een podcast die ik luister via Spotify, ook te vinden op Youtube: https://www.youtube.com/channel/UCtcudElmRsQYTwULtd_gnFw/videos.
In deze podcast wordt elke week een bekende schaker, auteur of ambitieuze amateurschaker uitgenodigd. In de podcast komen veel trainingsmethoden, boeken en ander schaakmateriaal voorbij. In één van de podcasts werd ook dit boek behandeld. Blijkbaar, in ieder geval in de Angelsaksische wereld, een echte klassieker.
Ik ben nu ongeveer op de helft van het boek en het bevalt goed. Het boek neemt je als lezer goed mee in een aantal klassieke thema’s zoals: zwakke pionnen, kleurcomplexen en sterke velden.
Het aantrekkelijke van het boek is dat de concepten met overtuigende en goed te begrijpen partijen worden uitgelegd. Onnodige varianten worden niet gegeven en alles wordt helder uitgelegd. Het boek is daarmee erg toegankelijk en toch diepgaand genoeg dat ook een speler met meer ervaring ervan kan leren.

 

Het tweede boek waar ik momenteel mee bezig ben is: Your Kingdom for my Horse. Dit boek gaat enkel en alleen over het ruilen van stukken! Alle mogelijke ruilen komen voorbij: loper voor paard, loper voor loper, dames eraf, één toren eraf, beide torens eraf enzovoorts.
Het boek heeft me geholpen om meer bij de effecten van een ruil stil te staan en dit ook meer te betrekken in mijn speelstrategie. De belangrijkste zin uit het boek zin is:

‘With trading it doesn’t matter which pieces get off the board, what matters is which pieces remain.

Naast deze twee boeken ga ik ook regelmatig naar de website www.chessable.com. Op deze website vind je gedigitaliseerde boeken en studies waar je op een interactieve manier door heen kan.
De website is zo ontworpen dat er ook spelelementen in zitten die je prikkelen om steeds weer meer te willen trainen. Door deze vorm van ‘gamificatie’ voelt het niet als studeren en is het een laagdrempelige manier om toch serieus met schaken bezig te zijn. Ook laat de software je de zetten die je moeilijk vindt vaker herhalen, waardoor je deze uiteindelijk toch onder de knie krijgt.
Enige tijd geleden heeft Magnus Carlsen met zijn Play Magnus Group, sinds november een beursgenoteerd bedrijf, de website ook overgenomen.

  

Verder kijk ik ook regelmatig naar Youtube video’s of streams. Bijvoorbeeld van Chessbrahs, Daniel King, Chess.com of van grote toernooien. Dit is ook leuk om te doen, maar voelt wel meer als entertainment dan dat je persé wat leert.






Welk schaakboek heeft het meeste indruk op je gemaakt en waarom?

Een fantastische vraag natuurlijk, maar niet zo makkelijk om te beantwoorden. Uiteindelijk ben je als schaker een verzameling van alles wat je ooit ergens hebt gelezen of gezien. Je vooruitgang is lastig aan één specifiek boek te koppelen.
Als ik dan toch één boek zou moeten uitkiezen, waar ik wel een aantal echt nieuwe concepten uit heb geleerd én die me nog bijstaan dan is het toch de klassieker: Mein System van Aron Nimzowitsch. Dit boek bestond oorspronkelijk uit vijf artikelen, waarvan de eerste in 1925 verscheen en de laatste twee jaar later in 1927. Onderstaande foto is mijn Engelstalige versie van het boek. Mijn Duits is niet zo goed.

 

 Door dit boek leerde ik voor het eerst het begrip ‘over-protection’ kennen. Dit gaat erom dat je een belangrijk punt in je stelling, vaak een pion, één keer extra verdedigd dan dat deze staat aangevallen. Op deze manier houd je je stelling solide en wendbaar. Het voorkomt dat je door een extra aanval van je tegenstander op dat punt halsoverkop je plan moet veranderen om het punt weer voldoende te verdedigen.
Door dit boek kreeg ik ook wat meer gevoel voor het spelen op zwaktes van de tegenstander en de kracht van de toren(s) op de 7e en 8e rij.
Het is een erg dik boek, maar je kan er je hoofdstukken uitpikken. Ik vond het ook interessant om te lezen hoe Nimzowitsch in zijn algemeenheid over schaakconcepten vertelt. Dit is ook al leerzaam zonder dat je daarvoor partijen hoeft na te spelen.

Een boek dat ik tot slot ook nog wel wil noemen is het bekende eindspelboek: 100 endgames you must know, geschreven door Jesus de La Villa, oorspronkelijk gepubliceerd in 2008. Dit boek was één van de eerste schaakboeken waar ik mee aan de slag ging toen ik afstudeerde en het schaken weer wat serieuzer oppakkte. De titel van het boek zegt eigenlijk alles en geeft zeker voor de clubspeler een mooi overzicht wat de meest relevante eindspeltechnieken zijn om te kennen. De 100 eindspelen die hij heeft uitgekozen zijn ook de eindspelen die je het vaakst zal tegenkomen. In die zin is het doorwerken van het boek dus zeker je tijd waard als je je eindspelkennis omhoog wil tillen.


Bij deze mijn beantwoording van de drie vragen!

De volgende speler die ons zal meenemen in zijn of haar schaakboekenverhaal is onze eigen clubkampioen Joey Grochal. Ik ben heel benieuwd!